Als jeugdzorgwerker in regio Roosendaal help jij jongeren tussen de 12-18 jaar een goede basis in het leven te leggen. Ze wonen intern en worden vanuit hier ook behandeld. De problematiek van deze jongeren is hoogcomplex en multicomplex. Zo kan het voorkomen dat ze hechtingproblematiek hebben, laag verstandelijk beperkt zijn en psychiatrisch. Jij coacht deze jongeren, biedt ze structuur en veiligheid. Je ondersteunt ze in hun dagelijkse bezigheden en motiveert hun zelfstandigheid, zodat ze uiteindelijk terug kunnen keren naar huis. Ook houd je nauw contact met het thuisfront en begeleid jij hen waar mogelijk. Je werkt in een team met therapeuten, gedragswetenschappers, ambulante hulpverleners en zorgmanagers. Jullie bundelen jullie krachten, om de beste zorg te kunnen geven.
Let op! Voor deze functie moet je openstaan voor avond- weekend en nachtdiensten.
Je begint je dienst met de overdracht van de nachtdienst. In het verslag lees je dat Rachid (16) slecht heeft geslapen en kortaf was tegen een groepsgenoot. Tijdens het ontbijt houd je hem goed in de gaten. Als je merkt dat hij snel boos wordt, neem je hem even mee apart. Hij vertelt dat hij zijn zusje mist, maar niet weet hoe hij daarmee om moet gaan. Samen kijk je hoe hij op een betere manier met die gevoelens kan omgaan. Omdat Rachid steeds vaker boos wordt, signaleer je dit knelpunt en laat je de gedragsdeskundige verdere observeren.
Later in de ochtend is er een teamoverleg over Daan (17). Hij is vaak agressief en raakt vaak in conflict, waarna hij zich afzondert. Je overlegt met je team waar jullie goed aan doen om Daan te kunnen helpen. Je gaat aan de slag met de zorgplannen en stelt voor om hem de leiding te geven bij de middagactiviteit. Dat wordt goed ontvangen en je noteert dit in zijn dossier. Zo houd je de voortgang goed bij. ‘s Middags begeleid je de sportactiviteit. Daan mag Daan de teams maken. Je ziet dat hij duidelijk communiceert en zelfs een ruzie helpt oplossen. Na de activiteit spreek je hem positief aan op zijn inzet. Je benoemt wat goed ging en wat dat betekent voor zijn ontwikkeling. Dit bespreek je later ook met zijn voogd.
Aan het eind van de dag bel je met de vader van Daan. Je hoort dat het thuis nog lastig is om grenzen te stellen. Je geeft hem een paar praktische opvoedingstips, zoals vaste afspraken over schermtijd en duidelijke regels rondom bedtijd. Je merkt dat hij dit fijn vindt, omdat hij soms niet goed weet hoe hij met Daan moet omgaan.
Je sluit je dienst af door de rapportages bij te werken en de overdracht voor je collega’s te schrijven.













Als jeugdzorgwerker in regio Roosendaal help jij jongeren tussen de 12-18 jaar een goede basis in het leven te leggen. Ze wonen intern en worden vanuit hier ook behandeld. De problematiek van deze jongeren is hoogcomplex en multicomplex. Zo kan het voorkomen dat ze hechtingproblematiek hebben, laag verstandelijk beperkt zijn en psychiatrisch. Jij coacht deze jongeren, biedt ze structuur en veiligheid. Je ondersteunt ze in hun dagelijkse bezigheden en motiveert hun zelfstandigheid, zodat ze uiteindelijk terug kunnen keren naar huis. Ook houd je nauw contact met het thuisfront en begeleid jij hen waar mogelijk. Je werkt in een team met therapeuten, gedragswetenschappers, ambulante hulpverleners en zorgmanagers. Jullie bundelen jullie krachten, om de beste zorg te kunnen geven.
Let op! Voor deze functie moet je openstaan voor avond- weekend en nachtdiensten.
Je begint je dienst met de overdracht van de nachtdienst. In het verslag lees je dat Rachid (16) slecht heeft geslapen en kortaf was tegen een groepsgenoot. Tijdens het ontbijt houd je hem goed in de gaten. Als je merkt dat hij snel boos wordt, neem je hem even mee apart. Hij vertelt dat hij zijn zusje mist, maar niet weet hoe hij daarmee om moet gaan. Samen kijk je hoe hij op een betere manier met die gevoelens kan omgaan. Omdat Rachid steeds vaker boos wordt, signaleer je dit knelpunt en laat je de gedragsdeskundige verdere observeren.
Later in de ochtend is er een teamoverleg over Daan (17). Hij is vaak agressief en raakt vaak in conflict, waarna hij zich afzondert. Je overlegt met je team waar jullie goed aan doen om Daan te kunnen helpen. Je gaat aan de slag met de zorgplannen en stelt voor om hem de leiding te geven bij de middagactiviteit. Dat wordt goed ontvangen en je noteert dit in zijn dossier. Zo houd je de voortgang goed bij. ‘s Middags begeleid je de sportactiviteit. Daan mag Daan de teams maken. Je ziet dat hij duidelijk communiceert en zelfs een ruzie helpt oplossen. Na de activiteit spreek je hem positief aan op zijn inzet. Je benoemt wat goed ging en wat dat betekent voor zijn ontwikkeling. Dit bespreek je later ook met zijn voogd.
Aan het eind van de dag bel je met de vader van Daan. Je hoort dat het thuis nog lastig is om grenzen te stellen. Je geeft hem een paar praktische opvoedingstips, zoals vaste afspraken over schermtijd en duidelijke regels rondom bedtijd. Je merkt dat hij dit fijn vindt, omdat hij soms niet goed weet hoe hij met Daan moet omgaan.
Je sluit je dienst af door de rapportages bij te werken en de overdracht voor je collega’s te schrijven.




